Jaarstukken 2018

Financiering

Onze inzet

Onze inzet

Het volgende overzicht van de kasgeldlimiet moeten wij op basis van de regelgeving verplicht opnemen. Hieruit blijkt dat we in het 1e, 2e en 4e kwartaal niet hebben voldaan aan de kasgeldlimiet.

Kasgeldlimiet per 1-1-2018

Bedragen * € 1.000

Omvang begroting per 1 januari 2018

164.781

Kasgeldlimiet in procenten van de grondslag

8,50%

Kasgeldlimiet in bedrag

14.006

Periode

Jan - mrt

apr - jun

jul - sept

okt - dec

Jaar

Vlottende schuld

Opgenomen gelden < 1 jaar

34.333

40.333

17.667

19.333

27.917

Schuld in rekening-courant

220

0

0

0

55

Totaal vlottende schuld

34.553

40.333

17.667

19.333

27.972

Vlottende middelen

Contante gelden in kas

18

11

8

5

11

Tegoeden in rekening-courant

1.718

1.356

4.703

3.386

2.791

Overige uitstaande gelden < 1 jaar

0

0

0

0

0

Totaal vlottende middelen

1.736

1.367

4.711

3.391

2.801

Toets kasgeldlimiet

Totaal netto vlottende schuld

32.817

38.966

12.956

15.942

25.170

Toegestane kasgeldlimiet

14.006

14.006

14.006

14.006

14.006

Ruimte (+) / Overschrijding (-)

-18.811

-24.960

1.050

-1.936

-11.164

In 2018 waren er geen langdurige overtollige liquide middelen. Wel zijn er  kortlopende middelen aangetrokken in de vorm van kasgeldleningen. De gemiddelde kasgeldlening in 2018 bedroeg bijna € 28 miljoen tegen een rentepercentage van gemiddeld -0,383%. (Sinds begin 2015 is het rentepercentage voor Kasgeldleningen gedaald naar een negatief percentage. Dit betekent dat we rente ontvangen in plaats van betalen.)
Volgens artikel 4 lid 1 van Wet Financiering Decentrale Overheden mag de gemiddelde netto - vlottende schuld per kwartaal de kasgeldlimiet niet overschrijden. Indien voor het derde achtereenvolgende kwartaal de kasgeldlimiet overschreden wordt, dan dient de provincie hiervan op de hoogte te worden gesteld en dienen maatregelen te worden getroffen. In 2018 is de kasgeldlimiet 2 kwartalen achter elkaar overschreden en wel in het 1e en het 2e kwartaal met respectievelijk € 18.810.000 en € 24.955.000. Deze overschrijdingen zijn gemeld bij het College in de Collegevergadering van 6 november 2018. Overigens heeft de financiering van de overschrijding van de kasgeldlimiet met kort geld bijna € 73.000 rentevoordeel opgeleverd. Hadden we direct de nieuwe lening aangetrokken dan hadden we over deze periode € 179.000 rente betaald. Dus per saldo een voordeel van € 252.000.
Een overschrijding van het limiet met een 3e kwartaal is voorkomen door over te gaan tot consolidatie (=kortlopende leningen omzetten in een langlopende lening.) Er is namelijk op 20 juni 2018 een langlopende lening aangetrokken van € 15 miljoen met een looptijd van 30 jaar en een rentepercentage van 1,575%. En op 30 juli 2018 een langlopende lening van € 10 miljoen met looptijd van 20 jaar en een rentepercentage van 1,22%.

Liquiditeitsoverzicht

Een liquiditeitsoverzicht geeft weer alle inkomsten en uitgaven  in een bepaalde periode. Dit overzicht geeft inzicht in de toekomstige situatie. De liquiditeitsoverzicht 2018 ziet er als volgt uit:

De afwijking ten opzichte van de begroting 2018 is in het 4e kwartaal van 2017 al ontstaan. In het 4e kwartaal 2017 is er namelijk 12 miljoen meer uitgegeven dan waarmee in de begroting rekening is gehouden. De kasgeldleningen liepen op van 13 naar 24 miljoen. In de begroting is rekening gehouden met een saldo op 1 januari 2018 van -5 miljoen. Het werkelijke saldo is -24 miljoen.  

Rentetoerekening

Het schema hieronder geeft inzicht in de rentelasten externe financiering, het renteresultaat en de wijze van rentetoerekening. En de verwerking van de rentelasten en -baten in de begroting en de jaarstukken. De rentevergoeding over het eigen vermogen wordt berekend met een rentepercentage van 1%. Dit percentage is gebaseerd op het gewogen gemiddelde van de externe  rentelasten over de lang en kort aangetrokken financieringsmiddelen. Het toerekenen van de  werkelijke rentekosten aan de desbetreffende taakvelden moet worden toegerekend met behulp van de renteomslag percentage. De gemeente Zutphen hanteert een omslagrente van 1,95%. De basis hiervoor is de boekwaarde van de activa die bij de taakvelden hoort. De omslagrente mag maximaal 0,5% afwijken van het werkelijke rentepercentage  dat aan de taakvelden moet worden toegerekend.  

Rente toerekening

Bedragen * € 1.000

a. De externe rentelasten over de korte en lange financiering

3.547

b. De externe rentebaten

-656

Totaal door te rekenen externe rente

2.891

c. De rente doorberekend aan de grondexploitatie

-809

De rente doorberekend aan de betreffende taakveld

0

Saldo c

-809

Saldo door te rekenen externe rente

2.082

d1. Rente over eigen vermogen

1.025

d2. Rente over voorzieningen

0

De aan taakvelden toe te rekenen rente

3.107

e. De werkelijk aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)

2.814

f. Rente resultaat op het taakveld rente treasury

-293

Renterisiconorm

De renterisico op de lang lopende leningen is in de wet Financiering Decentrale Overheden omschreven als: ‘de mate waarin het saldo van de rentelasten en de rentebaten van een openbaar lichaam verandert door wijzigingen in het rentepercentage op leningen en uitzettingen met een oorspronkelijke looptijd van een jaar of langer’. Het renterisico op de vaste schuld moet voldoen aan de rente risiconorm; deze norm is een wettelijke uitvoeringsregeling uitgewerkt als een bedrag ter hoogte van 20% van het begrotingstotaal.
De berekening van het renterisico op de vaste schuld vindt plaats volgens een wettelijk voorgeschreven model.

Renterisiconorm en renterisico's van de vaste schuld

Bedragen x € 1.000

Renterisico op vaste schuld

Budget 2018

Realisatie 2018

Budget 2019

1. Renteherziening op vaste schuld o/g

3.370

3.370

0

2. Betaalde aflossingen

7.979

8.312

9.032

3. Renterisico op vaste schuld (1+2)

11.349

11.682

9.032

Renterisiconorm

4. Begrotingstotaal

164.781

164.781

175.005

5. Het bij ministeriele regeling vastgestelde percentage

20%

20%

20%

6. Renterisiconorm

32.956

32.956

35.001

Toets renterisconorm

6. Renterisiconorm

32.956

32.956

35.001

3. Renterisico op vaste schuld

11.349

11.682

9.032

7. Ruimte (+) / Overschrijding (-) (6-3)

21.607

21.274

25.969

Uit bovenstaande tabel blijkt dat het renterisico op de vaste schuld in 2018 binnen de wettelijk gestelde normen is gebleven.

Leningenportefeuille

In onderstaand overzicht geven wij de mutatie in de leningportefeuille weer.

(bedragen x € 1.000)

Leningportefeuille

2016

2017

2018

Gem. Rente 2018

Beginstand per 1 januari

105.309

113.059

115.003

3,11%

Nieuwe leningen

15.000

10.000

25.000

1,43%

Reguliere aflossingen

-7.250

-8.056

-8.312

3,51%

Vervroegde aflossingen

Renteaanpassing (oud percentage)

-3.370

5,44%

Renteaanpassing (nieuw percentage)

3.370

1,47%

Eindstand per 31 december

113.059

115.003

131.691

2,66%

Overzicht vaste uitzettingen 2018

Portefeuille vaste uitzettingen per 31-12-2018 (excl. Leningen BWS)

Naam geldnemer (bedragen x € 1.000)

Begin uitzetting

Restant uitzetting

Weging in portefeuille

Vaste uitzettingen publieke taak

Woningcorporaties

N.V. Stadsherstel

363

233

1,02%

Woningstichting Ieder1

15.792

9.432

41,10%

Woningbedrijf Warnsveld

4.538

363

1,58%

Subtotaal Woningcorporaties

20.693

10.028

43,70%

Overige instellingen

Stichting Hanzehof Zutphen

8.860

6.723

29,30%

Diverse personen i.v.m. gem. Stimuleringsregeling

6.011

4.044

17,62%

St. Beheer registergoederen inz. Museum Kip

345

345

1,51%

St. WoningEsco

400

400

1,74%

Ijsselwind B.V.

58

58

0,25%

Project PI

126

126

0,55%

Subtotaal overige instellingen

15.800

11.696

50,97%

Totaal uitzettingen publieke taak

36.493

21.724

94,67%

Vaste uitzettingen geen publieke taak

Hypothecaire geldleningen ambtenaren

1.905

1.224

5,33%

Totaal uitzettingen geen publieke taak

1.905

1.224

5,33%

Totaal vaste uitzettingen

38.398

22.948

100,00%

De rente en aflossing van de leningen verstrekt aan de Stichting Hanzehof Zutphen wordt verrekend met de te verstrekken subsidie. De hypothecaire geldleningen ambtenaren heeft betrekking op de regeling van de voormalige gemeente Warnsveld. Met ingang van 1-1-2009 is in artikel 2 van de Wet Financiering Decentrale Overheden een nadrukkelijk verbod van hypothecaire leningen aan het personeel van openbare lichamen opgenomen. Dit verbod geldt voor nieuwe hypotheken.

ga terug